Kunstcurator

Als curator maak ik presentaties waarin ik het werk van kunstenaars samenbreng waarbij de bindende factor de fascinatie voor kleur als visueel beeldmiddel is.

WE WONDER WHERE THE WHITE WENT
Maatschappij Arti et Amicitiae Amsterdam – 26 april t/m 26 mei 2019

Marianne Roodenburg, Erik Mattijssen, Suzan Drummen, Martin Fenne, Gé-Karel van der Sterren en Fransje Killaars
Ad de Jong, Stan Klamer
Gé-Karel van der Sterren, Arja Hop/ Peter Svenson, Marianne Roodenburg en Fransje Killaars

Het Parool: Wisselend en sfeerbepalend: kleur maakt het verschil door Edo Dijksterhuis, 10-5         https://www.parool.nl/cs-b1c3948f

De titel van de tentoonstelling is een knipoog naar de gezamenlijke interesse van de deelnemende kunstenaars in kleur als beeldmiddel. Na jarenlang onderzoek door deze kunstenaars naar dit speciale visuele beeldende aspect is dit een presentatie om hun werk te leren kennen door te kijken en te ervaren. Bijzonder kleurgebruik is daarbij een intermediair, een tolk zonder woorden, voor het gewaarworden en beschouwen.
In deze expositie is, naast verscheidenheid in opvattingen, ook een rijkdom en variëteit aan kleur in beeldende kunst te zien: lichte, felle, donkere sombere, tedere, fragiele, zwarte en toch ook witte kleuren. De installatie van Fransje Killaars toont twee knielende figuren op gekleurde tapijten. Haar keuze voor een witte en een zwarte mantel verwijst naar de kleurenreeks die in de oudheid in gebruik was: tussen het wit en zwart werden geel, rood en later ook groen geplaatst. Haar vrije beeld van deze oude kleurenreeks ondersteunt de verwijzing naar eeuwenoude begrippen over de knielende mens.
Als curator heb ik deze tentoonstelling samengesteld om antwoorden te vinden op twee vragen:
1) Hoe gaan hedendaagse kunstenaars om met het visuele middel kleur in hun werk?
Gaat het puur om het intuïtieve? Wat doet kleur naast dit intuïtieve ofwel wat doet de kunstenaar met kleur om de zeggingskracht van zijn werk te maximaliseren. En hoeveel kleur is daarvoor nodig?
Aristoteles schreef dat de schilder, die er met de schitterendste kleuren maar op los schildert, ons niet zoveel genoegen kan verschaffen, liever zou hij het beeld in eenvoudige lijnen hebben geschetst.
In de Renaissance ontstond de discussie over het inhoudelijke verschil tussen designo et colore, tekenen en kleur. Designo, de vorm, het intellectuele zou op de eerste plaats komen. Michelangelo verweet in deze context Titiaan dat hij zoveel kleur gebruikte om zijn gebrek aan tekenvaardigheid te verdoezelen.
Verdoezelt kleur de vorm van formele werken zoals van Harry Markusse en mijn werk? Zonder kleur zou de dynamiek in deze werken onzichtbaar blijven.
Is kleur dus ondergeschikt aan context? In de schilderijen van Ge-Karel van der Sterren is er alleszins sprake van een maatschappelijke relevantie, ondanks of juist dankzij de gloeiende fluorescerende kleuren.
Gaat kleur uitsluitend om esthetiek? In het werk Arja Hop en Peter Svenson staat de schoonheid van kleuren in de analoge foto’s van de plantenresiduen tegenover de schuldige landschappen waarin zij de planten vonden.
Gaat het om speelsheid?Bij Esther Jiskoot is wellicht een vorm van speelsheid te herkennen. In haar werk bestaat ook de dramatiek van het lijfelijke dat door kleur wordt benadrukt.
Is er alleen sprake van kleur indien fel of primair? Het werk van Martin Fenne bestaat uit een rijke schakering van onverzadigde kleuren, met soms een kleine felle koele kleur er tussen. Hij zoekt in zijn platte sculpturen naar een spanningsveld tussen illusie en realiteit.
In het werk van Stan Klamer lijken het tekenen en de kleur, designo et colore, gelijkwaardig aan elkaar: een getekende herkenbare wereld, afgewisseld met abstracte kleurvlekken.
De gekleurde vellen in het samengestelde schilderij van Erik Mattijssen verwijzen naar de papiercollages van Henri Matisse. Zijn wij als kunstenaars schatplichtig aan deze colorist?
2) Wat kan kleur in de beeldende kunst betekenen voor de beschouwer.
De architect Le Cobusier was zelf ooit schilder in de puristische stroming waarbij de harmonie van vorm en kleur voorop stond. Hij kwam getergd terug van een reis naar de Oriënt: ’Zoveel felle kleuren bij elkaar zijn alleen geschikt voor primitieve volken, boeren en wilden. Tijd voor het verstand boven deze onbetamelijke passie. Tijd voor een kruistocht voor witkalk en Diogenes’.
Is ascetische eenvoud een smaak, een opvatting in de tijd en plaats? Waarom niet de beschouwer uitdagen met een veelheid aan kleur en maat? Wat vindt er in onze brein plaats als je naar de installatie van Suzan Drummen of naar de lichtinstallatie van Jan Theun van Rees kijkt? Wil je blijven kijken? Bij sterke visuele indrukken ziet de menselijke wil geen aanleiding om iets te doen, omdat de ervaring zo indrukwekkend is. Dit lijkt een eeuwenoud gevecht tussen het actieve en beschouwende leven.

Is kleur minder interessant, minder intellectueel, minder diepgaand omdat bij ons allen de ontkleurende tentakels van de Protestantse Reformatie nog in de geest rondwaren? Of omdat onze voorouders eeuwenlang uit boeken met zwarte tekst op wit papier hun kennis opdeden?
Ad de Jong daagt met zijn tactiele kleurrijke sculpturen de beschouwer uit om niet naar woorden te vragen, maar om te kijken en zo bijzondere, niet rationele informatie op te nemen. Misschien is het imaginaire dichterbij dan het intellectuele of het actuele, en is kleur daarbij een onmisbare factor.
Ook Goethe schrijft in zijn Kleurenleer uit 1810: ‘Ontwikkelde mensen hebben een zekere afkeer van kleuren. Dit kan voor een deel voortkomen uit zwakte van het waarnemingsorgaan, voor een deel uit een onzekere smaak die graag zijn toevlucht neemt tot het volkomen niets’.
Het is mijn missie om te laten zien hoe belangrijk kleur in beeldende kunst is. Soms is kleur letterlijk de inhoud van een kunstwerk. Maar kleur wordt ook met het beeldende intuïtieve toegepast om de context, die veelal boven een toelichtende tekst uitstijgt, te onderstrepen. De kunstenaars in deze presentatie willen laten zien dat kijken naar en ervaren van hun werk kan volstaan. Tekst en uitleg zijn daarbij niet in de eerste plaats relevant. Misschien is er bij dit waarnemen sprake van een blik van binnen, een derde oog om naar kunst te kijken.

KLEUR ROYAAL
Kunst centrum Haarlem – 16 juni t/m 18 augustus 2018


Marianne Roodenburg, Raaminstallatie

Samengesteld door Marianne Roodenburg. Deelnemende kunstenaars: Stan Klamer, Esther Jiskoot, Helmuth van Galen, Jan Theun van Rees, Ditty Ketting en Marianne Roodenburg

CROSSING COLORS
Kunsthal 45 – Den Helder – 11 maart t/m 27 mei 2018

De deelnemende kunstenaars gebruiken kleur als beeldend middel om de zintuigen te prikkelen en om de toeschouwer te laten schouwen: kijken zonder te bevatten. Het gaat om de visuele ervaring en de impact van kleuren op de zintuigen die in een aantal werken op de spits worden gedreven.
De tentoonstelling laat een verzameling beelden, schilderijen, installaties, foto’s en film zien waarbij de werken van de kunstenaars elkaar visueel bijna raken, elkaar soms lijken te beïnvloeden, elkaar uitdagen, maar ook op zichzelf wijzen.
De ruimte van Kunsthal 45, een voormalige gokhal, leent zich uitstekend als een rauwe ruimte om het elementaire verlangen tot het maken van kunstwerken te tonen. De toeschouwer wordt meegenomen in het waarnemen en ontdekken van tere kleurresiduen, haarscherpe kleurvlakken, wonderlijke poëtische kleurenbeelden en grensverleggende kleurcomposities. Daarbij staat het observeren dichter bij denken dan woorden.
Deelnemende kunstenaars: Ad de Jong, Suzan Drummen,  Jan Theun van Rees, Gé-Karel van der Sterren,
Stan Klamer, Robine Clignett, Ditty Ketting, Arja Hop en Peter Svenson, Esther Jiskoot en Marianne Roodenburg.

English version:
The participating artists use color as a visual means to stimulate the senses and to have the spectator look at them: looking without understanding. It concerns the visual experience and the impact of colors on the senses that are driven to the forefront in a number of works.
The exhibition shows a collection of sculptures, paintings, installations, photographs and film in which the works of the artists almost touch each other visually, sometimes seem to influence each other, challenge each other, but also indicate themselves.
The space of Kunsthal 45, a former gambling hall, lends itself perfectly as a raw space to show the elementary desire to create works of art. The spectator is taken into the perception and discovery of delicate color residues, razor-sharp areas of color, wondrous poetic color images and groundbreaking color compositions. In doing so, observing is closer to thinking than words.

KLEUR- DE KANT VAN DE KUNSTENAAR
De Meerse – Hoofddorp – januari/februari 2017

Als gastcurator breng ik kunstenaars samen die zich in hun werk op indringende wijze verhouden tot kleur.
Deelnemende kunstenaar: Suzan Drummen, Erik Mattijssen, Lam de Wolf, Robine Clignett, Esmee Seebregts, Ditty Ketting en Marianne Roodenburg.